Week 3: Hamlet
Deze artikelen staan in het teken van de colleges die ik heb gevolgd voor het vak Recht & Literatuur. In deze artikelen probeer ik hetgeen ik heb geleerd helder en toegankelijk op te schrijven.
Bij het horen van de naam William Shakespeare zal men direct denken aan de verscheidene toneelstukken die hij heeft geschreven. Denk bijvoorbeeld aan Romeo and Juliet, Macbeth en The Merchant of Venice. Ook het stuk Hamlet behoort tot zijn repertoire. Dit is ook het stuk dat wij deze week diende te bestuderen. Op de middelbare school heb ik klassikaal en onder lichte dwang het eerder genoemde The Merchant of Venice gelezen en gekeken. Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ik er niets van snapte en het ook doodvermoeiend vond. Dit was aanvankelijk precies hetzelfde toen ik Hamlet las. Te meer omdat ik de koppeling tussen dit verhaal en het recht niet vatte. Maar langzamerhand veranderde dit toen ik het hoorcollege volgde. Maar voor degenen die ook Hamlet hebben gelezen, maar het hoorcollege niet hebben gevolgd wil ik graag opschrijven wat ik ervan heb begrepen.
Zoals de meesten zullen weten begint het stuk met de verschijning van een geest. Al snel blijkt dit de geest van de vader van Hamlet, ook wel de Oude Hamlet of De Geest genoemd. Hij verteld in zijn hoedanigheid als geest aan zijn zoon dat hij is vermoord door zijn broer, namelijk de nieuwe koning van Denemarken: Claudius. Hamlet is woest; hij belooft zijn vader wraak te zullen nemen op Claudius.
Eer en wraak
Deze wraakzucht was destijds onlosmakelijk verboden met het eergevoel. Dit eergevoel resulteerde veelal in een rechtlijnig en standvastig handelen van de in zijn eer aangetaste persoon. Dit wordt ook duidelijk in de Ilias van Homerus waar de helden zoals Achilles en Agamemnon vechten om hun eergevoel en status te bevestigen. Geweld werd hierbij doorgaans niet geschuwd. Of denk aan de ultieme wraakroman De Graaf van Monte Cristo. Hierin wordt het hoofdpersonage Edmond Dantès na een valse aanklacht veertien jaar ten onrechte opgesloten. Hij besluit vervolgens op ingenieuze wijze wraak te nemen op hen die dit hebben veroorzaakt. Anders dan in de Ilias resulteert de wraak niet per definitie in de dood. Edmond Dantès neemt voornamelijk op psychologisch en financieel gebied wraak. Uiteindelijk zullen twee personen wel sterven, maar dit is niet door direct toedoen van Dantès.
Eercultuur versus waardigheidscultuur
Het verhaal van De Graaf van Monte-Cristo is eigenlijk exemplarisch voor het personage Hamlet. Ondanks dat Hamlet beloofd heeft wraak te zullen nemen, twijfelt hij; is het daadwerkelijk verstandig om daarbij ook iemand te doden? Dit staat in schril contrast tot Fortinbras die bij het nemen van wraak niet schuwt. Hamlet is terughoudend in en reflectief op zijn handelen. We zien in dit stuk dan ook een overgang van een eercultuur naar een waardigheidscultuur waarin het geweten een centrale rol krijgt. Dit vormt dan ook direct het aanknopingspunt met het recht.
De ziel als paardenspan
Zoals al beschreven in het voorbeeld van de Ilias ging wraak veelal gepaard met geweld. Dit wordt ook goed duidelijk in het mythische verhaal van Orestes. Nadat de moeder van Orestes haar man doodt en dus ook de vader van Orestes, besluit Orestes wraak te nemen en vermoord uiteindelijk zijn eigen moeder. Deze moord is het gevolg van wraak, maar ook van hevige emotie, want wie vermoord zijn eigen moeder?! Hamlet is totaal anders, want hij besluit niet om zijn wraak vergezeld te laten gaan met moord. Het lukt hem om zijn emoties in toom te houden. Dit is ook iets dat in het werk Phaedrus van Plato wordt beschreven. Hierin beschrijft hij de menselijke ziel als wagenmenner (de rede) die twee gevleugelde paarden moet temmen. Het witte paard staat voor edele emoties en de wil, terwijl het zwarte paard staat voor lagere lusten en begeerten. Dit is de ideale situatie. Maar zoals Kant zo mooi heeft gezegd: “Uit het kromme hout der mensheid is nog nooit iets recht getimmerd”. En zodoende komen sommige mensen in aanraking met het strafrecht. Want een moord, diefstal of belediging zijn veelal het gevolg van het niet kunnen temmen van zowel het witte alsmede het zwarte paard.
Beschuldiging en veroordeling
In de mythe van Orestes wordt hij na de moord op zijn moeder aangeklaagd door de wraakgodinnen, want zij waren getuigen van de moord. Er vindt zodoende een rechtszaak plaats in de stad Athene. De god Apollo neemt de rol op als advocaat van Orestes. Pallas Athene is de rechter. Deze wijze van procesvoering vindt tegenwoordig nog steeds plaats. Het Openbaar Ministerie (OM) klaagt een persoon aan, een advocaat verdedigt de verdachte, en de rechter is uiteindelijk degene die beslist omtrent de schuldvraag van verdachte.
Orestes wordt vrijgesproken door Pallas Athene omdat er onder de jury geen overeenstemming is over de zaak. Deze vrijspraak sluit in feite aan op de huidige praktijk waar rechters vrijspreken als er twijfel bestaat omtrent de schuldvraag: in dubio pro reo. Maar de vrijspraak betekent niet simpelweg dat Orestes, maar het betekent een overgang van persoonlijke wraak naar rechtspraak door een rechtbank.
Terug naar Hamlet
Het stuk Hamlet eindigt in een volledig fiasco; zowel Hamlet, Claudius, Gertrude (zijn moeder) en Laertes vinden de dood. Anders dan in het verhaal van Orestes wordt Hamlet niet vervolgd door een rechter. Zijn vervolging wordt buitengerechtelijk afgedaan en zal resulteren in zijn dood. De conclusie van Hamlet en het recht. Wraakzucht is niet verstandig omdat men in feite voor eigen rechter zal spelen en vervolgens alsnog in aanraking zal komen met justitie en zodoende gestraft zal worden. De mens dient zich hier dus van te weerhouden en vervolging en veroordeling over te laten aan de rechter.




